Il y a 70 ans : débarquement de la première opération belge pour l’ONU en Corée

In 1951 kwam het eerste Belgisch Luxemburgse militaire contingent aan op het Koreaanse schiereiland. In totaal sloten 3.178 Belgische en 78 Luxemburgse militairen zich aan bij de internationale troepenmacht die Zuid-Korea verdedigde tegen de communistische troepen van Noord-Korea, gesteund door China en de Sovjet-Unie. Daarbij sneuvelden 101 landgenoten en 2 Luxemburgse militairen.

Een oorlog vergeet je niet. Maar in een wereld die nog maar net herstelt van een rampzalige Tweede Wereldoorlog en alweer naar een Koude Oorlog afgleed, is de Korea-oorlog niet overal even bekend.

In 1945 verdelen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten Korea, een voormalige Japanse kolonie, langs de 38ste breedtegraad in twee invloedssferen. Langs weerskanten installeert elke macht zijn eigen regime. In juni 1950 valt het Noord Koreaanse leger Zuid-Korea binnen. De Verenigde Naties reageren door een internationale militaire macht onder leiding van de VS naar Zuid-Korea te sturen.

Midden augustus 1950 beslist de Belgische regering om een Koreabataljon op te richten onder VN-mandaat: het Vrijwilligerskorps voor Korea. De zevenhonderd geselecteerde kandidaten ondergaan medische en fysieke proeven en volgen een intensieve training.

Op 18 december gaan de Belgische vrijwilligers aan boord van de Kamina. Auguste Pallemans, een veteraan van de compagnie B, herinnert het zich nog levendig: “De bootreis duurde ongeveer anderhalve maand. We reisden op de Kamina, een schip dat tot troepentransport was omgevormd. Bij aankomst vertrokken we meteen naar de bergen voor een doorgedreven training.”

De slagen van de Imjin, Haktang-Ni en Chatkol

Onze militairen zijn betrokken bij drie grote gevechten. In de nacht van 22 april 1951 probeert een grote, vooruitgeschoven Chinese troepenmacht de Belgische en Britse posities aan de rivier de Imjin te doorbreken en te omsingelen. “We leden die dag veel verliezen”, vertelt Auguste. “Ik ben zelf via de rivier moeten vluchten. Gelukkig was ik heel sportief en kon ik goed zwemmen.”

Het Belgische bataljon telt twaalf gesneuvelden en dertig gewonden. Ze kunnen zich echter terugtrekken en houden stand aan de overkant van de Imjin. Daar trekken ze vanaf de volgende avond meer verstevigde posities op.

In oktober 1951 moeten de Belgische vrijwilligers, stevig ingegraven bij Haktang-Ni, weer opboksen tegen nieuwe Chinese aanvallen. Na zware Chinese artilleriebombardementen bestormt het Volksleger de posities van de Belgen, die vlammenwerpers gebruiken om de aanval af te slaan. Het gevecht duurt drie dagen en kost de Belgen tien doden en veertien gewonden.

In de lente van 1953 wordt het Belgisch-Luxemburgse bataljon nogmaals zwaar op de proef gesteld. Gedurende 55 quasi eindeloze nachten ondergaan ze bij Chatkol Chinees artillerievuur, maar ze houden heldhaftig stand. Toch eisen die 55 nachten hun tol: 24 vrijwilligers sneuvelen en twee worden als vermist opgegeven.

Op 27 juli 1953 wordt in Panmunjom uiteindelijk een wapenstilstand ondertekend. Voor vele soldaten is het een moeilijke terugkeer naar België. Ze dragen hun ‘Koreaanse’ verleden met zich mee, omdat de publieke opinie hen als huurlingen beschouwt en het nut niet inziet van een nieuwe oorlog aan de andere kant van de wereld. Pas in 1996 krijgen ze nationale erkenning van het Ministerie van Landsverdediging.

Naar aanleiding van het einde van de slag om Haktang-Ni zeventig jaar geleden herdenkt Defensie samen met het War Heritage Institute (WHI) de Belgische gesneuvelde Koreavrijwilligers. Op 13 oktober eerstkomend worden de graven van al deze Vergeten Helden gemarkeerd met een herinneringsplaatje ‘Pro Patria’, zowel tijdens de nationale plechtigheid te Brussel als tijdens lokale plechtigheden in de gemeenten waar ze begraven liggen.

Tekst: Manon Collignon